HISTORIE VEENHUIZEN

Veenhuizen, de grootste Kolonie van Weldadigheid.

MAATSCHAPPELIJK
EXPERIMENT

Veenhuizen is een van de zeven ‘Koloniën van Weldadigheid’ die begin negentiende eeuw op initiatief van generaal Johannes van den Bosch werden opgericht. Het was een maatschappelijk experiment dat de armoede uit het stedelijke straatbeeld moest doen verdwijnen. Arme gezinnen uit de steden kregen er onderdak en een stukje land om te bewerken. De ‘paupers’ zouden zo eerbare en hardwerkende burgers worden en tegelijkertijd werd een nieuw gebied, dat toen ook wel ‘Hollands Siberië’ genoemd werd, ontgonnen als landbouwgrond.

GENERAAL JOHANNES VAN DEN BOSCH

 

De kolonie Veenhuizen opende haar deuren in 1823. Er werden drie zogenaamde gestichten gebouwd, waarvan er slechts nog één overgebleven is.

Veenhuizen en de andere zes koloniën (waarvan er twee in België liggen) zullen naar verwachting in de zomer van 2018 worden toegevoegd aan de Werelderfgoedlijst van de UNESCO.

TWEEDE GESTICHT IN VEENHUIZEN © SIEBE SWART

TRANSFORMATIE NAAR
GEVANGENISDORP

Het idealistische plan liep al vrij snel aan tegen allerlei praktische moeilijkheden en het experiment bleek financieel ook niet haalbaar. Veenhuizen werd in 1859 overgenomen door Justitie, dat er uiteindelijk een gevangenisdorp van maakt. Tot 1981 was het dorp afgesloten van de rest van Nederland. Op dit moment zijn er nog drie penitentiaire inrichtingen in Veenhuizen. Van het bijzondere verleden getuigen onder ander nog de rechte lijnen van het stratenplan, het voormalige ‘tweede gesticht’, waar nu het Gevangenismuseum is gevestigd, de karakteristieke huisjes van de bewakers, met de stichtelijke gevelspreuken en de twee kerken, een protestantse en een katholieke.